Comeniusa3.jouwweb.nl
Home » Leestoets tips

Leestoets tips

 

Hoe haal ik een voldoende voor leesvaardigheid?

 

Om op het onderdeel ‘tekst verklaren’ een voldoende te halen is het belangrijk dat je de grote lijn van de teksten begrijpt en ziet. Ook is het heel belangrijk om in de tekst signaalwoorden te zien en in mindere mate te kunnen analyseren.

 

Tijdens het onderdeel tekst verklaren moet je de teksten niet helemaal in 1 keer lezen maar draait het allemaal om het scannen van de teksten.

Als je de bovenstaande handelingen goed beheerst kun je makkelijk een voldoende halen voor dit onderdeel. Het komt allemaal neer op strategisch lezen.

 

Echter, als je goed wilt scoren dan moet je begrijpend lezen goed beheersen en moet je woordenschat voldoende zijn. Ook oog voor detail is van groot belang.

 

Tijdens de toetsen mag je gebruik maken van een woordenboek EN – NE. Dit moet je echter niet te snel en te vaak gebruiken. Je woordenboek komt pas echt van pas tijdens de gatenteksten (gap-fill).

 

Hieronder vind je de stappenplannen voor de verschillende teksten die je kunt krijgen. Als je de stappenplannen goed bestudeert en ze toepast tijdens de leestoetsen is het behalen van een voldoende heel dichtbij.

 

Als laatste wil ik hier aan toevoegen dat je heel veel moet oefenen met leesteksten op internet!!! Oefening baart kunst.

 

 

Stappenplan voor A-B-C-D teksten

 

Stap 1

Lees de titel van de tekst

Bekijk het plaatje

Lees/bekijk intro van de tekst.

è Als je deze drie onderdelen hebt gedaan, ga je voor de grote lijn van de tekst.

Waar gaat de tekst over? Wat zie je op het plaatje? Wat staat er globaal in de introductie?

 

Stap 2

Lees de vraag (zonder de antwoorden al te lezen)

A)   Streep in de tekst aan waar je moet kijken.

-       Bij 1 of meer alinea’s à hele stuk aanstrepen

-       1 zin (vaak een moeilijke zin en geen woorden opzoeken in je woordenboek à duurt te lang)

Wat staat er in de rest van de alinea?

  • Wat willen ze weten?

B)   Lees de tekst, let op signaalwoorden en de dubbele punt à markeren!

Antwoord op de vraag staat vaak hier. (bij de dubbele punt of bij het signaalwoord)

 

Stap 3

Onzinwoorden wegstrepen (antwoorden die nergens op slaan).

-       2 antwoorden zijn vaak grote onzin

-       1 antwoord is bijna goed (kleine nuance à bijvoorbeeld: vaak, altijd)

-       1 antwoord is natuurlijk het goede antwoord

 

Stap 4

Hoe vaak komt het antwoord voor in de alinea?

-       Komt het antwoord maar 1 keer voor à onzin!

-       Komt het antwoord meerdere keren voor à goede antwoord!

(staan er meerdere voorbeelden van het antwoord in de alinea dan is dat het antwoord.

  • Wat is waar?

Hak de zin in stukjes à check de verschillende stukjes à kloppen alle elementen?

  • Let op woorden die het antwoord fout maken à bijvoorbeeld: altijd, nooit, alleen maar, alles, vooral (Engels: more/most)
  • Past het antwoord in de grote lijn van het verhaal? à de goede antwoorden passen in de grote lijn van het verhaal.

 

Bij dit soort teksten (teksten met 4 antwoord mogelijkheden (a,b,c,d) is het verstandig dat je de woordenlijsten goed kent. Hierin staan signaalwoorden.

 

 

Stappenplan Gatenteksten (gap-fill)

 

Gatenteksten zijn teksten waarbij je woorden moet invullen in de tekst. De plaats waar je het woord moet invullen is aangegeven met een gat.

Hieronder vind je het stappenplan om ook deze teksten goed te maken!

 

Stap 1

Wat is de grote lijn van het verhaal?

Lees de titel

Bekijk het plaatje

Lees eventueel intro van de tekst.

 

Stap 2

Als het antwoord signaalwoorden betreft moet je naar de zin ervoor en de zin zelf kijken à hoe kun je deze twee zinnen aan elkaar plakken. (voegwoorden)

 

Stap 3

Als het antwoord een ander soort woord betreft moet je de zin tot het gat lezen en de zin na het gat.

 

Stap 4

Zoek in de alinea/ laatste zin naar signaalwoorden of dubbele punt (zin na het gat)

 

Stap 5

Kijk of het antwoord negatief of positief is à is de tekst negatief à kies het negatieve antwoord. En andersom: is het een positieve tekst à kies dan het positieve antwoord.  (bijvoorbeeld werkwoorden)

 

Stap 6

Kijk of er een tegenstelling is in het antwoord.

Bijvoorbeeld:

Antwoord A = koud

Antwoord B = Groot

Antwoord C = Leuk

Antwoord D = klein

Het goede antwoord is dan B of D want dit is een tegenstelling Groot – Klein.

 

Stap 7

Als alles hierboven niet lukt à dan gaan we gokken op de grote lijn van het verhaal. Kies het woord dat het beste past in de tekst.

 

Als je stap 3 en 4 toepast heb je de grootste kans op het goede antwoord.

 

 

Stappenplan (korte) teksten

 

Hieronder vind je het stappenplan voor (korte) teksten.

Als je dit stappenplan toepast heb je een grote kans dat je ook deze teksten goed maakt.

 

Teksten van 2 pagina’s met slechts 1 vraag.

 

Stap 1

Lees de vette tekst

Vraag je af: staat het hier? (in de vette tekst)

 

Stap 2

Ga op zoek naar woorden die met het onderwerp van de tekst te maken hebben.

Bijvoorbeeld: love, romance, feel good.

 

 

Recensies: positief of negatief?

 

Stap 1

Lees van elke recensie de laatste zin!

 

 

Tekst met een afbeelding (grote afbeelding, tekening, foto)

 

Laat je niet afleiden door de afbeelding à let op de tekst! Lees de tekst goed!


 

Signaalwoorden van tijd
eerst, vervolgens, daarna, toen, ten slotte etc.

Signaalwoorden van plaats
hier, daar, waar, waarin, waarop etc.

Signaalwoorden van tegenstelling
echter, maar, daarentegen, hoewel, toch, tenzij etc

Signaalwoorden van opsomming
en, ook, daarnaast, bovendien, ten eerste, ten tweede etc.

Signaalwoorden van argumentatie

voor het standpunt
naar mijn mening, concluderend, kortom, dus

voor argumenten die losstaan van andere argumenten:
ten eerste..., overigens, nog afgezien van, trouwens

voor argumenten die horen bij andere argumenten:
daarbij komt, vooral ook, omdat

voor argumenten die andere argumenten verdedigen:
want, namelijk, omdat

Signaalwoorden van verklaring
dus, omdat, daarom, daardoor

                                                     
LET OP:
Signaalwoorden als dus, daarom en omdat gebruik je zowel voor argumentatie als voor verklaring. Bij een verklaring gaat het meestal om een algemeen geaccepteerd feit, maar gebruik je ze als signaalwoorden van argumentatie, dan moet je ook argumenten voor je bewering geven.